we denken aan ons leven
als aan een rechte kronkellijn
waarop je alleen vooruit kan
maar leven zou een huis
een wolkenkrabber moeten zijn
alleen maar vooruit kijken
teruggaan kan je wil je niet
tenzij je het niet als een lijn
maar als een huis
vol kamers ziet
je kan weer binnen
in dat kind een kamertje
met nummer tien kruipt
helemaal in een tekening
die je vol ziel laat zien
je slaapt weer bij je eerste
lief dat is een andere deur
een deur vol met complexen
en donkerrood van kleur
moeder doet je dan in bad
in badkamer met nummer drie
je spettert op je zus je broer
op om het even wie
‘s avonds ga je douchen
een kamer met een één een acht
je kamt je lange haren terwijl
je naar de spiegel lacht
dan klim je klautertrappen op
of je lift naar het dakterras daar
schik je wolken rond je kop
je sluit je ogen opent poorten
gooit wat sleutels overboord
niet alles moet weer open
dit huis dat maakt zichzelf
wel schoon het leven is geen
wolkenkrabber maar deuren
die je opent kies je wel zelf
gewoon