Hoe de avond zich verkleedt
met zwarte rokken aan
alsof hij zich gereedmaakt
om dansend weg te gaan
Hoe rivieren niet gaan slapen
maar glanzend zijn in sluimeringen
als fluisterende aanloop
op ooit euforisch zingen
Hoe ongenoegen ’s avonds
een omslag maakt naar bijtend zijn en
dan toch grootmoedig goedmaakt
met inzicht na een nacht verdwijnen